U bevindt zich hier:Start >> Een oord van eeuwige rust te Bellingen

Archeologisch onderzoek Bellingen

Een oord van eeuwige rust te Bellingen

Bellingen is een piepklein dorpje dat deel uitmaakt van de gemeente Pepingen in het uiterste zuidwesten van Vlaams-Brabant, gelegen te midden de fraaie, nog licht bebouwde omgeving. De ligging van de huidige Gotische, bijna volledig in oranje baksteen opgetrokken Onze-Lieve–Vrouw kerk is zonder meer idyllisch: gelegen op een heuvel, plots opdoemend, zichtbaar van ver, het rijke, maar verre verleden nog uitademend. De archeologische opgraving bracht voor even dit verleden terug tot leven.
 
In het kader van de restauratie van de Onze-Lieve Vrouw kerk in de Cantimpréstraat te Bellingen (deelgemeente van Pepingen in de provincie Vlaams Brabant) voerde een archeologisch team van Monument Vandekerckhove nv vanaf eind april 2013 tot eind mei 2014 in verschillende fases een archeologische opgraving uit binnenin en rondom de kerk. Opdrachtgever voor het onderzoek was de kerkfabriek van Bellingen. De restauratie ging gepaard met aan aantal grondverstorende ingrepen, waaronder de aanleg van een vloerverwarming binnenin de kerk en de aanleg van een nieuw rioleringssysteem rondom de kerk.
 
Vooraf was gekend dat de huidige kerk teruggaat op de 17de eeuwse abdijkerk die op zijn beurt gebouwd is bovenop de priorij die gesticht werd in 1182. Deze gegevens schiepen uiteraard hoge archeologische verwachtingen. Het archeologisch onderzoek heeft dan ook geresulteerd in een grote kennisvermeerdering met betrekking tot het verleden van de site. Naast talrijke natuurstenen, bakstenen (muur)funderingen en vloeren vertellen ook de in totaal 24 opgegraven en onderzochte menselijke begravingen het boeiende verleden van deze plaats. We konden drie grote fases herkennen.
 
De periode van de volle middeleeuwen (970/1060-1182): de pre-priorijfase
 
Op basis van de resultaten van twee koolstof-14 datering op twee skeletten die ten noorden van de kerk werden aangetroffen, kunnen we vanaf nu met zekerheid stellen dat er reeds in de 10de-11de-eeuw een kerkgebouw met bijhorende begraafplaats te Bellingen was. In de sleuven ten oosten van de kerk vonden we trouwens verschillende grondsporen ((paal)kuilen, grachten, greppels) die ook in deze volmiddeleeuwse periode dateren.

Van 3 begravingen ten noorden van de kerk vermoeden we trouwens dat het gaat om zogenaamde antropomorfe begravingen; het betreft een begravingswijze die wel al vaker werd opgemerkt op begraafplaatsen voor deze periode. De grafkuil heeft een antropomorfe vorm die zoveel mogelijk het lichaam van de overleden persoon volgt. De meeste anderen personen werden ofwel in een houten kist ofwel in de volle grond begraven. Mogelijk gaat er hier toch een zeker sociaal fenomeen achter schuil.
 
Pollenanalyses van stalen uit een grafvulling en een grachtstructuur uit deze periode geven ons een beeld van de vegetatie en het landgebruik in de onmiddellijke nabijheid van de site. Daaruit komt het beeld naar voren van een open landschap met een afwisseling van weides en akkers, hetgeen niet zo veel verschilt met de omgeving vandaag de dag. Alsof de tijd er toch enigszins is blijven stilstaan.
 
De priorijfase (1182-1619): de komst van de Augustijnen
 
In de onderste vlakken van de onderzochte putten binnenin de kerk vonden we verschillende muurstructuren en vloerniveaus terug die we mogen linken met de voorloper(s) van de huidige kerk. We kunnen voorlopig echter niet met zekerheid stellen of het gaat om de resten van het oorspronkelijke volmiddeleeuwse kerkgebouw - de oorspronkelijke parochiekerk - of eerder om resten van de eerste priorijkerk van de Augustijnenmonniken uit 1182.
 
Minstens drie skeletten die we binnenin de kerk vonden gaan terug tot deze eerste priorijfase. In vier gevallen gaat het, gezien hun O-W oriëntatie, om geestelijken die in hun ambtskleren begraven waren. Het teruggevonden textiel bij deze skeletten werd onderzocht en geconserveerd door het Koninklijk Instituut voor Kunstpatrimonium.
 
Van priorij tot abdij en weer priorij (1619-1795)
 
De bouw van de huidige bakstenen kerk (met nieuw koor) en de aanpassing/uitbreiding van priorij tot abdij vond plaats tussen 1619 en 1635. De reden waarom de priorij in die tijd even verheven werd tot abdij was omdat de moederabdij van Cantimpré in Cambrai, in de strijd tussen de Fransen en de Spanjaarden, door een brand was vernietigd. De Franse monniken besloten dan maar een veiliger onderkomen te zoeken in de priorij van Bellingen die reeds van bij de stichting van hen afhankelijk was. Een metaaldetectievoltreffer in een afvalkuil bracht dit woelige verleden van de Franse monniken even weer tot leven via de vondst van een unieke Franse noodmunt, niet toevallig dus geslagen in Cambrai in 1595. De meeste andere vondsten (aardewerk, metaal, glas) kunnen we eveneens dateren in deze bloeiperiode voor het landelijke kloosterleven te Bellingen. Ze geven een goed beeld van de materiële cultuur en het dagdagelijkse leven (oa. een ivoren tandenborstel en een oorlepeltje) van de abdijbewoners in de 17de-18de eeuw.
 
Conclusie
 
Deze site te Bellingen heeft zeer veel erfgoedkundig potentieel. Op termijn zou, gezien de unieke ligging in het landschap en door de directe nabijheid van de basiliek van Halle, het kasteel van Gaasbeek (Lennik) en de vicus- en ijzertijdsite van Kester, deze locatie zelfs kunnen uitgroeien tot een culturele, en mogelijk zelfs toeristische trekpleister voor de regio.Het archeologisch onderzoek heeft er hopelijk mede toe geleid dat deze plaats in de toekomst de waardering en (her)bestemming krijgt die ze verdient.
 
Contact
Tomas Bradt
Monument Vandekerckhove nv
tomas.bradt@monument.be
 
Literatuur/Bibliografie: Bradt T, Bartholomieux B, Acke B, Archeologische Opgraving Onze-Lieve-Vrouwkerk te Bellingen (prov. Vlaams Brabant) Basisrapport, 2016 Ingelmunster.